Terug naar nieuwsoverzicht

Publicatie Haarlems Dagblad: Windmolenpark voor Hollandse kust krijgt steeds meer vorm

In het Haarlems Dagblad van 7 september verscheen een artikel van Peter van der Hulst over de bouw van het windmolenpark Hollandse Kust Zuid. Voor minder ingewijden een mooi en helder inkijkje in wat er bij de bouw van een windpark komt kijken. Het onderhoud van dit windpark wordt vanuit onze regio, het Noordzeekanaalgebied gedaan.

Lees hieronder het volledige artikel.

Windmolenpark voor Hollandse kust krijgt langzaam vorm

Frezen, lassen en slijpen van enorme ringen van staal

Energiebedrijf Vattenfall is zo’n twee maanden geleden begonnen met de bouw van een groot windmolenpark op zee, grofweg voor de kust van Wassenaar tot aan Zandvoort. Sif Netherlands op de Tweede Rotterdamse Maasvlakte vormt daarbij een belangrijk onderdeel. In de fabriekshal worden de funderingspalen gemaakt, waarop later de masten en turbinegondels worden geplaatst waaraan vervolgens de enorme rotorbladen komen.

Stuur het terrein van Sif Holding op en een gevoel van nietigheid maakt zich meester. Het is groot, groter, grootst. In slagorde liggen enorme funderingspalen voor verschillende klanten opgesteld. De in 2016 gebouwde fabriekshal die al snel opdoemt, is van een ongekende afmeting; zo’n 500 meter lang, 50 meter breed en 30 meter hoog. Dat is nodig om twee productielijnen te laten draaien. Een medewerker in de hal lijkt zo te zijn weggelopen uit de Disneyfilm ’Honey, I shrunk the kids’. Hij valt in het niet bij de enorme stalen buis die hij met een afstandsbediening via een geleider voortbeweegt.

Zeebodem

De benodigde ruimte laat zich makkelijk verklaren als Gerard Maijntz uitlegt dat de palen die in de zeebodem worden geheid in lengte variëren van 62 tot 75 meter. „De lichtste weegt 735 ton, de zwaarste 955 ton.” Maijntz is een grote bonkige man. Ooit was hij nauw betrokken bij de berging van de Russische kernonderzeeër Koersk die op 12 augustus 2000 zonk in de Barentszzee en waarbij de bemanning het leven liet. Op de wal is de bijna gepensioneerde oud-zeeman er namens Vattenfall voor verantwoordelijk dat de juiste onderdelen op het werkschip worden geladen zodat de bouw op zee niet stagneert.

Omdat de zeebodem niet vlak is - de diepte bij het toekomstige windpark varieert van 17 tot 28 meter - moet de ene funderingspaal langer zijn dan een andere om eenmaal aan de oppervlakte even hoog uit te komen. Dan luistert het nauw om de juiste onderdelen op het juiste moment aan boord van het werkschip Seaway Strashnov te krijgen om de volgorde van de aanleg niet in de war te schoppen.

Platen

Maijntz’ werkruimte, een portakabin, lijkt een kleine kiezel naast de enorme fabriekshal. Frank Kevenaar, operationeel directeur bij Sif, is verantwoordelijk voor wat er in die enorme productieruimte gebeurt. De haven waar boten met metershoge buizen aanmeren, vormt de kop van de hal. De ongeveer vier meter brede stalen ringen worden daar uitgeladen. Ze komen over de Maas van de vestiging in Roermond waar ze uit platen zijn vervaardigd. Op de Maasvlakte worden al die ringen aan elkaar gelast totdat er een segment ontstaat. Afhankelijk van de totale lengte van de paal bestaat die uit een tot drie van die segmenten.

Frees

Kevenaar praat met luide stem om zich verstaanbaar te maken. Uit zijn oren priemen twee groene dopjes om zijn trommelvliezen te beschermen. „Het zingende geluid dat je nu hoort is van een frees.” Terwijl de verschillende ringen aan de binnenzijde al aan elkaar zijn bevestigd, wordt met de frees op de snijvlakken een gleuf aan de buitenzijde gemaakt. Die moet ervoor zorgen dat er een goede stevige las kan ontstaan.

Rollers

Maar voordat er weer een ring aan de almaar uitdijende paal wordt gelast, gaat eerst een arbeider met een slijptol aan de slag. De randen worden zo van alle oneffenheden en roest ontdaan. De medewerker met de joystick stuurt intussen een andere ring naar de juiste plek. Die komt op grote rollers die zo gesteld worden dat de verschillende delen tot op de millimeter op elkaar passen. De rollers zorgen ervoor dat de ring langzaam ronddraait. Zo kan er niet alleen makkelijk worden gelast, maar kan even verderop ook een inmiddels gemaakte aanhechting met een vonken spuwende slijptol worden vereffend.

„Sommige delen zijn wat breder en sommige wat smaller. Dat heeft met het ontwerp van de palen te maken”, zegt Kevenaar. Hij wijst intussen op de vorm van monopile, zoals de funderingspaal in vakjargon wordt genoemd. Aan de onderzijde die deels in de zeebodem verdwijnt, is die breder dan het stuk dat uiteindelijk boven de zeespiegel uitsteekt. Kevenaar: „Het krachtenspel onderin de monopile is nu eenmaal groter, maar gelijktijdig wil je niet onnodig materiaal gebruiken op plekken waar dat niet nodig is.”

Coating

Is de paal eenmaal op lengte dan wordt die in een van de belendende hallen van een beschermende coating voorzien. De onderzijde blijft kaal, daarboven zit een grijze kleur en de top is geel, zodat dat deel goed zichtbaar is voor het scheepvaartverkeer. De mast die uiteindelijk op de funderingspaal komt, is weer grijs. Vanaf de kust vallen ze zo minder op. In de kustgemeenten is namelijk niet iedereen even blij met het windpark. Horizonvervuiling menen ze. Reden dat Vattenfall de waarschuwingslampen voor de luchtvaart niet hinderlijk laat knipperen, maar voltijds laat branden en dimt bij goed zicht.

In de palen zijn verschillende gaten aangebracht om de stroomkabels door te laten lopen, maar ook om water tot het hart van de paal toe te laten. „Anders gaan ze drijven”, merkt Maijntz droogjes op. „Binnenin die palen kunnen vissen zich nestelen. Dat wordt hopelijk een kraamkamer.” Naar de wensen van de afnemer worden allerlei zaken aan de paal gelast. Zo kan aan die van Vattenfall bijvoorbeeld makkelijk een trap worden bevestigd voor het onderhoudspersoneel. Kevenaar: „Want alles wat we hier aanbrengen is vele malen goedkoper dan als je het later op zee nog moet doen.”

Opslagterrein

Maijntz werk begint zodra de funderingspalen de fabriek hebben verlaten en door Sif op het gigantische opslagterrein rond de assemblagefabriek zijn overgedragen aan zijn werkgever Vattenfall. Hij zorgt ervoor dat alle benodigde spullen klaarliggen zodra het werkschip aanmeert. Per keer neemt de Seaway Strashnov drie palen, drie externe werkplatforms en drie afdichtdoppen mee.

Idealiter is het schip in twaalf uur tijd geladen, want elk uurtje dat het vaartuig inactief is, kost veel geld. Ook in deze maanden zijn er van die dagen. De iets te ruige zee zorgt ervoor dat de Seaway Strashnov op de dag van het bezoek voor anker ligt. Van grofweg eind oktober tot half maart zijn er door de weersomstandigheden zo weinig werkbare dagen dat de bouw wordt gestaakt en het schip elders op de wereld wordt ingezet. Maar deze maand kan nog worden doorgewerkt.

Bubbelgordijn

Een omvangrijke operatie waarvoor naast het werkschip nog drie vaartuigen nodig zijn. Twee zorgen ervoor dat op zee alles goed verankerd wordt, de derde legt een ’bubbelgordijn’ aan. Met het scherm van luchtbellen rond de werkplek wordt het onderzeese geluid van het heien op zo’n 750 meter van de paal gereduceerd van circa 183 naar 169 decibel. Dat zorgt ervoor dat de gezondheid van bruinvissen en grijze zeehonden niet wordt aangetast.

Wat na het heien achterblijft, is een verzameling stompjes op zee. Afgeschermd met de afdichtdoppen, zodat de elementen geen vat krijgen op de funderingspalen. Volgend jaar worden dan de mast, het turbinehuis en de rotorbladen geplaatst. Die worden geleverd door Siemens Gamesa. In 2023 moet het windpark Hollandse Kust Zuid volledig operationeel zijn.

Kadertekst

Vergunning voor windmolenpark wordt mogelijk verlengd

Het windpark Hollands Kust Zuid telt als die af is 140 windturbines. Elk leveren ze maximaal 11 Megawatt, ofwel 1,5 Gigawatt in totaal.

Naast Vattenfall is het wereldwijde chemieconcern BASF bijna voor de helft eigenaar van het park geworden. Zij gebruiken de stroom voor het verduurzamen van de fabrieken in Antwerpen. De resterende capaciteit komt overeen met het jaarlijks verbruik van meer dan één miljoen Nederlandse huishoudens. Dat stroom van een Hollands park naar het buitenland gaat, vindt Robert Portier, woordvoerder van Vattenfall niet vreemd. „We willen binnen een generatie een fossielvrij leven mogelijk maken. Klimaatverandering beperkt zich niet tot de landsgrenzen.”

De stroom van de windparken wordt via twee transformatorstations en een dikke kabels in de zeebodem naar land vervoerd. Daarvoor is netbeheerder Tennet verantwoordelijk. Voor het park is een vergunning van 30 jaar afgegeven, waarbij gedurende 25 jaar stroom kan worden geproduceerd. Daarna moet alles tot drie meter onder de zeebodem worden afgebroken, maar het materieel heeft een langere levensduur. Het bedrijf hoop dan ook dat het mogelijk is om het park langer te exploiteren. Een wetswijziging om dit mogelijk te maken is recent door de Tweede Kamer aangenomen. Gerard Maijntz: Die dingen kunnen er over vijftig jaar nog staan. Technisch kan dat gewoon.”

Voor de elementen is hij niet bevreesd. „Die turbines zijn gebouwd op een storm die zich eens in de honderd jaar voordoet. Daar is orkaankracht kinderspel bij.” Maijntz: „Zelfs als er een schip tegenaan zou varen, maak ik me grotere zorgen om het schip dan om de paal.”

Bron: Haarlems Dagblad, 7 september 2021
Tekst en foto’s Peter van der Hulst