20/12/22

‘Als klimmer was ik wel wat gewend, maar zo’n windmolen is toch heel iets anders’

AYOP wil de diversiteit van werk in de offshore onder de aandacht brengen. Enerzijds om de branche meer bekendheid te geven en meer mensen naar de sector te trekken. Maar anderzijds ook om de medewerkers de erkenning te geven die ze verdienen. We maken een eerste serie met 5 bedrijven. Eerder publiceerden we het interview met Marcel en Chris van Equans, Jordy d’Hondt en Torben Verleg van Bluestream en Dennis Koningstein van DHSS.

De voorlaatste in deze eerste serie is een interview met Joep Riksen (49) uit Noordwijk. Hij werkt nu zo’n vier jaar als Rope access manager bij C-Ventus in IJmuiden. In zijn functie stuurt hij een team industriële klimmers aan die, door middel van touwtechnieken, onderhoud plegen aan verschillende windmolenparken. Joep heeft de HALO (opleiding tot sportdocent) in Den Haag afgerond, en daarna IRATA- en GWO-certificaten gehaald om als industrieel klimmer in de offshore wind te mogen werken.


Joep, jij bent rope access manager. Hang je de hele dag in de touwen?

“Nou, ik stuur vooral de mannen aan die werkzaamheden verrichten met behulp van touwtechnieken. Die werkzaamheden vinden plaats op moeilijk bereikbare plekken waar je niet zomaar een steiger kunt bouwen. Voor C-Ventus gaat het dan voornamelijk om windmolens op zee.”

Hoe gaat dat in z’n werk, met touwen aan een windmolen werken?

“Een team van rope access technicians gaat ‘s ochtends met een kleine crew transfer vessel richting de windmolens voor onderhoudswerkzaamheden. Eenmaal bij de windmolen haken ze zich vast aan een self retracting lifeline en stappen ze van de boot over op de ladder aan de windmolenpaal. Gezekerd klimmen ze zo naar het platform en kunnen ze aan de slag. Altijd met minimaal twee man per windmolen.”

Wat moet er zoal aan die windmolens gebeuren?

“We werken het meeste aan het onderste, geel gekleurde gedeelte van de windmolen, de ‘Transition Piece’ (TP) – dat staat direct in het water en krijgt het meest te verduren. De werkzaamheden bestaand uit schoonmaken, inspecteren, de coating bijwerken, montage en demontage of ander schadeherstel. Het is heel divers.”

Voer jij zelf ook wel eens dat soort onderhoudswerkzaamheden uit?

“Af en toe moet ik inderdaad ook zelf naar buiten om mijn IRATA-certificering op orde te houden. IRATA is het internationaal erkend kwaliteitslabel voor industriële klimmers. Maar als manager zit ik toch zo’n 80 procent van mijn tijd hier op kantoor. Dan ben ik vooral bezig met werkvoorbereiding. Ik zorg dat de werkplannen gereed zijn en de materialen ingepakt worden. Als een nieuw project start, organiseren we een kick off meeting, begeleiden het project en na afloop moeten alle rapportages van de inspectie worden opgesteld. Maar het buiten zijn op zee is natuurlijk wel de charme van het werk, dus ik probeer zeker af en toe een klusje mee te pakken.”

Hoe ben je in de rope access wereld beland?  

“Ik ben op mijn achttiende de HALO gaan doen om sportdocent te worden, maar het lesgeven bleek niks voor mij. Toch heeft die studie me wat opgeleverd, want in het derde jaar hadden we ‘buitensport’ als keuzevak. Ik had een klik met die jongens die die lessen gaven. Zij bleken een bedrijf te hebben dat in de Ardennen teambuilding-uitjes begeleidde: klimmen, kajakken, dat soort dingen. Zo ben ik in de klimwereld beland, en uiteindelijk ook in de industrie. Zo heb ik gewerkt als rope access technician in de raffinaderijen van Shell op Pernis en Moerdijk. Totdat ik benaderd werd voor de functie van rope access manager door C-Ventus; dat is nu vier jaar geleden.”

Wat sprak je aan in die functie?

“Je werkt in een schone, frisse omgeving – dat vind ik toch fijn, ook met het oog op de toekomst. Dit is toch de industrie die de potentie heeft in mijn ogen. Mijn werk kan ik goed combineren met mijn gezin. En het klikte meteen met de mensen hier, dus ik ben blij dat ik de overstap heb gemaakt.”

Maar je had nog nooit een windmolen van dichtbij gezien?

“Nee. Als klimmer was ik wel wat gewend, maar zo’n windmolen op zee is toch wel heel iets anders. Zeker als je wordt afgezet op de windmolen en de crew transfer vessel weer verder gaat; dan hoor je dus helemaal niks. Geen auto’s, geen snelweg – alleen maar het kabbelen van de zee. Heerlijk.”

Wat moet je kunnen om buiten aan windmolens te werken?

“Vroeger zochten we klimmers die we leerden lassen of schilderen. Tegenwoordig doen we het vaak andersom: we leren een lasser juist klimmen. Dat is toch makkelijker. De IRATA-klimcursus kan iedereen gewoon volgen; dat zijn vier dagen training en een dag examen. Daarnaast heb je de GWO-training nodig, maar dat is alles bij elkaar best te overzien.”

En wat moet je kunnen voor jouw rol, als manager?

“Je moet een beetje stressbestendig zijn. Verder is het handig als je communicatief vaardig bent, ook in het Engels, en goed overzicht houdt over het project en de planning. Je blijft steeds leren; daarmee blijft het een uitdagende functie.”